Meditatie

DE HEERE IS ALLES

Wie heb ik nevens U in de hemel? (Psalm 73 : 25a)

Neemt u eens even aan, dat er geen hemel en geen hel zouden zijn. Zouden er dan nog mensen zijn, die God niet kunnen missen? De wetenschap der wereld heeft gezegd: „Neem het loon en de straf uit de godsdienst weg en dan is er geen godsdienst meer".
Zou dat waar zijn? Zeker, als er geen zaligheid en vooral geen rampzaligheid was, wat zouden er veel de godsdienst vaarwel zeggen. Namelijk al degenen, die God dienen om loon en om het ontgaan van de eeuwige straf op de zonde.
Maar dat is dan toch niet het dienen van de ware God. Dat is in de grond der zaak een godsdienst van het heidendom. Want in de ware godsdienst staat het zo, dat God wordt gediend om God. Het is een liefdedienst.
„Wie heb ik nevens U in de hemel?" Ziet ge wel, dat voor de psalmdichter de hemel er maar bij komt? Voor hem zou de hemel geen hemel zijn als God daar niet was.
Dat is tot schrik voor de hemelzoekers. Dat is tot bemoediging voor de Godzoekers. Er kan bij de eersten veel zijn wat nog niets is, omdat de liefde tot God wordt gemist. Er kan bij de anderen weinig zijn wat alles is, omdat het hen om de Heere Zelf gaat. Het is de liefde die mist en die toch niet missen kan. Geef ze alles wat de aarde kan geven. Geef ze alles wat de hemel kan geven. Maar zij hebben niet om de hemel gevraagd. Zij hebben om God gevraagd. Hetzij groot, hetzij klein in de genade, dat is hier altijd hetzelfde.
Hoe is Asaf er zo toe gekomen om dat te mogen getuigen? Door verlies van alles wat buiten God ligt. Hij had eerst gezien op de voorspoed van de goddelozen. Wat hadden die het goed in Asafs ogen. Hij werd er zo jaloers op, dat hij geen waarde meer in zijn God zag. Hij wilde ook wel eens een hemel op aarde hebben. Hij kon niet begrijpen, dat het hem zo slecht ging en de goddelozen zo goed. En zo werd hij zelf een goddeloze voor God. Totdat de Heere hem in het heiligdom bracht. En daar leerde hij genoeg aan God Zelf te hebben. Daar werd zijn kruis niet weggenomen, doch daar moest hij leren de Heere over te houden in al zijn verlies. Hij werd daar hersteld in de liefde tot God. En dan wordt God hem weer alles, bij alles wat op de aarde moest wegvallen.
Zo is het nu nog en zo is het bij elk kind van God. De één heeft een smartelijker weg dan de ander, maar voor ieder moet de waarde wegvallen uit al wat buiten God is, om Hem alleen over te houden. Het gaat niet om wat de Heere geeft maar om wat Hij is.
Daarom is de tegenspoed ook van God. Ja alle verlies. De Heere neemt af om Hem alleen over te houden.
Dan is de hemel reeds op aarde Dat is God voor Zijn volk in Christus.
Ook voor u?

Ds. F. Bakker

Bron: Het eeuwige woord - Deel III, Ds. F. Bakker, 8e druk Uitgeverij De Banier (Utrecht)