Meditatie

ONGELIJK

Waarom lijdt gij niet liever ongelijk? (1 Korinthe 6 : 7m)

Deze woorden Gods staan midden in de praktijk van het leven. Zij gaan over de levenswandel van een christen en daarin zal het toch openbaar moeten komen wat er van binnen leeft. In de gemeente van Korinthe ging het in dit opzicht niet goed. Er waren er die voor hun recht vochten. Als hun iets werd aangedaan, dan gingen zij naar de stadsrechter om gelijk te krijgen. Ze zouden en moesten gelijk hebben, al zou de onderste steen boven komen.
Och, misschien hadden ze ook wel gelijk. Best mogelijk, dat ze door een ander benadeeld waren in bezit of in aanzien. Maar om dan elkaar voor de publieke rechter te slepen en daarmee tegelijk de zonde van de naaste op straat te brengen, dat is toch niet in de stijl van de gemeente des Heeren. Wat kan een mens toch voor zijn recht vechten. Niet zo zeer voor hét recht, maar meer voor zijn éigen recht. Voordat hij het eens overgeeft in de handen van Hem, Die rechtvaardig oordeelt. Liever op aarde zijn recht gezocht, dan zijn zaak voor Gods aangezicht bloot te leggen.
Zolang we het aangedane onrecht niet over kunnen geven in de handen des Heeren, lopen we naar alle mogelijke rechters om gelijk te krijgen. En we weten het onze rechters wel zó voor te stellen, dat de ander in het ongelijk komt. Is dat een waardige levenswandel? Hoe arm, te vechten voor je eigen zaakje!
Dat eigen recht zoeken, dat gelijk willen hebben, het komt voort uit de zelfhandhaving. Dat is het gif, dat we meegenomen hebben uit de opstand in het paradijs. Maar dat is tegelijk onze diepe armoede, want wie geen God meer boven zijn hoofd heeft, die staat alleen en moet het voor zichzelf opnemen.
Ook Gods volk moet het bij zichzelf nog zo gewaar worden, dat ze zonder genade aan de wereld gelijk zijn. Soms nog erger. Want in de wereld zijn er nog goedmoedige karakters, die nog wel eens wat over hun kant laten gaan.
„Waarom — zegt Paulus — lijdt gij niet liever ongelijk?" Waarom toch die zelfhandhaving? Waarom Gods tijd niet afgewacht? Waarom niet uit eigen handen overgegeven?
Wanneer zou een mens er mee ophouden om eigen recht te zoeken? Dat zal hij alleen doen als hij in het ongelijk bij God komt. Als God om Zijn recht komt. Als hij er van overtuigd wordt, dat hij God ongelijk aandoet met al zijn zelfbedoelingen. Als hij zelf voor de hemelse Rechter wordt gedagvaard en op duizend vragen niet één antwoord kan geven. Neen, dan loop je niet meer zo hard naar de aardse rechter. Dan wordt je eigen zonde erger dan die van de naaste.
Bij God in het ongelijk komen. Als dat echt gebeurt lijdt ge ook liever ongelijk. Liever dan dat het recht Gods gekrenkt wordt. En o wonder, voor zulken is die Christus nu neergedaald. Als er ooit één geweest is, die liever ongelijk leed, dan was Hij het. Had Hij Zijn recht niet kunnen zoeken toen Hij onrechtvaardig ter dood werd veroordeeld?
Maar Hij leed liever ongelijk. En dat bracht Hem in de helse smart. Hij leed dat ongelijk, opdat de Zijnen bij de hemelse Rechter in het gelijk gesteld worden tot hun eeuwige zaligheid. „Waarom lijdt ge niet liever ongelijk?' Deze les wordt alleen geleerd op de leerschool Christi, Die gezegd heeft: „Leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart". Dat is ook een stuk, zonder welk niemand kan zalig worden.
In die school leren de eigen recht zoekers zich wegschamen. Nogmaals, Hij leed liever ongelijk. Anders had er nooit iemand zalig kunnen worden.

Ds. F. Bakker

Bron: Het eeuwige woord - Deel III, Ds. F. Bakker, 8e druk Uitgeverij De Banier (Utrecht)