Maar God, Die rijk is in barmhartigheid door Zijn grote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft, Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden) En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus. -- Efeziers 2:4-6 (DagelijksWoord.nl)

Meditatie

TOCH VERHOORD

Uw gebed is verhoord. (Lukas 1: 13m)

Zacharias krijgt hier de hemelse aanzegging dat zijn gebed is verhoord. Maar het zou niet te verwonderen zijn geweest als hij had gevraagd: „Welk gebed?" Want het gebed, waarvan de engel sprak, leefde niet meer in zijn hart.
Zacharias en Elisabeth hadden samen om een kind gebeden toen de bron des levens nog niet in Elisabeth gestorven was. Maar wat was er nu op hun hoge leeftijd nog te verwachten? De tijd van gebedsverhoring was voor hen voorbij. Het was een berusten geworden in hun kinderloosheid. Hun geloof had er niet onder geleden. Ze waren niet verbitterd jegens de Heere, want we lezen, dat ze beide rechtvaardig voor God wandelden. Wat een genade om toch aan God vast te houden, ook als de weg anders is dan de richting van onze begeerten en smekingen. Dan komt het er op aan of we ook genoeg hebben aan de Heere Zelf.
Doch juist nu er niets meer te verwachten valt en daarom het gebed is opgehouden, nu komt er de hemelse boodschap, dat de smekingen zijn verhoord. Waar ze beiden aan een eind waren, daar lag voor God het begin. Het was wel op hun gebed, maar hun gebed moest er eerst buiten vallen om plaats te maken voor het wonder Gods. Op hun oude dag wordt hun een kind geboren, dat niet alleen een stof van vreugd voor de ouders zal zijn, maar ook voor de ganse kerk.
„Uw gebed is verhoord", en dat kan zelfs een nagelaten gebed zijn. Een vragen waarmee men al lang is opgehouden. Een smeken, dat als niet verhoord in het verleden ligt Want de Heere vergeet een bidder niet. Er zijn smekingen, waarvan een bidder niet meer geloven kan, dat ze zijn opgestegen, maar die toch bij God bekend staan. Alleen, de vervulling geschiedt op Gods tijd. Een gebed is nog niet verworpen, ook al komt er geen antwoord. Het staat niet aan de bidder, maar het staat aan God vrij, wanneer het gebed verhoord zal worden. En in de grond der zaak is het nog zo als met Zacharias en Elisabeth, de gebeden moeten er buiten vallen terwille van de eer Gods. In de direct verhoorde gebeden ligt er voor de bidder zulk een groot gevaar, dat hij de verhoring toeschrijft aanzijn gebed en niet aan de vrije ontfermingen Gods.
Zeker, niet alle verlangens worden vervuld. Zelfs Mozes mocht op zijn bede het land Kanaan niet in gaan. Zelfs Paulus bleef de doorn in het vlees, hoewel hij de Heere driemaal om verlossing daarvan gebeden had. De Heere weet immers alleen wat goed voor Zijn kind is. Maar er is toch één gebed, dat nooit tevergeefs wordt gebeden. Dat is het gebed om dat éne Kind, Jezus.
Als dat tenminste mag zijn gebeden uit de nood van eigen verlorenheid buiten dat Kind. Dat zijn bidders, die als David in psalm 51 over hun eigen geboorte moeten klagen. Over de onreine erfenis van hun vader Adam, die ze van binnen steeds meer gewaar moeten worden en waarin ze het niet meer houden kunnen. De last van hun zondig bestaan krachtens hun geboorte. Ze krijgen een Kind nodig, dat hun plaats vervangt van de geboorte af.
Dat is de geestelijke adventsnood, die aan het Kerstgebeuren vooraf gaat. Kent ge die nood? Die drijft uit tot God in smekingen. En hoe kan het dan zijn als met Zacharias en Elisabeth, alsof het gebed niet is opgestegen, alsof het door de hemel niet is gehoord. Zeker in deze nood kan het gebed nooit worden nagelaten, maar het kan zo duister en dicht zijn, dat men meent: „tevergeefs gebeden".
En toch blijkt het hier nu, dat een smekeling bij God niet vergeten wordt. En dat juist waar eigen kracht is verstorven, waar het aan een einde komt, waar het onmogelijk is geworden.
Hoe zeer is dit een aansporing om te blijven vragen, waar men verlegen is geworden om het Kind Jezus. O, zondaar, die het niet meer in eigen geboorte kunt houden, geef toch de moed niet op. Want er is nog een adventsverwachting. Dat niet omdat er om gevraagd is. Hoe moeten de bidders hier in zichzelf wegzinken. Hun gebed kan dat Kind niet voortbrengen. Maar het is een Kind geschonken uit welbehagen.

Ds. F. Bakker

Bron: Het eeuwige woord - Deel III, Ds. F. Bakker, 8e druk Uitgeverij De Banier (Utrecht)