Meditatie

EEN GEKROONDE VOORBEDE

Heere, mijn knecht ligt thuis geraakt en lijdt zware pijnen.
Ik hebt zelfs in Israël zo groot een geloof niet gevonden. (Mattheus 8 : 6 en 10b)


Hij bad niet voor zichzelf, maar voor een ander, deze hoofdman der Romeinen. Zijn gebed is ook verhoord, want zijn knecht werd genezen. Maar hij was er zelf ook goed mee, want hij werd zelf door de nood van zijn knecht in een groot geloof aan Christus verbonden. Hij had nipt aan zichzelf gedacht, maar door zijn gaan tot Christus werd hij zelf gezegend. Hij heeft het wel over zichzelf gehad. Maar dan sprak hij van zijn onwaarde. „Ik ben niet waardig dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen". Hij komt voor zijn knecht en zet zichzelf achteruit Hij heeft dan ook niet verwacht, dat hij door Christus op de hoogste trede van het geloof gesteld zou worden. Het viel mee voor hem. Zijn knecht wordt genezen. En hij zelf wordt zalig gesproken. Deze voorbidder is er zelf nog het beste mee Hij ontvangt een kroon, die heerlijker is dan de gezondheid van zijn knecht.
Is dat niet een beschamende les? Wij zijn altijd zo druk met onszelf bezig en met onze eigen nood. Zeker, dat mag wel en dat moet wel. Het staat zelfs eeuwig fout als de nood onzer ziel nog nooit naar God heeft gedreven. En ook is het goed, als we al onze tijdelijke noden voor de Heere neerleggen. Een ieder mag met zichzelf tot God komen. Onze ziel moet immers persoonlijk worden gered?
En toch is het een les der beschaming, omdat we ook teveel met onszelf bezig kunnen zijn. Zou dat ook niet een oorzaak kunnen zijn van de geestelijke donkerheid? Deze hoofdman kreeg althans licht over zichzelf, doordat hij met de nood van een ander kwam. Indien hij zijn knecht in de pijnen had laten liggen, dan had hij zelf die kostelijke ontmoeting met Christus niet ge had. De voorbede is een vrucht in het geestelijk leven, waarvan de zaligheid ook zelf wordt geproefd.
Hij bad voor een ander, die hoofdman. En die ander, dat was niet zijn meerdere Het was zijn knecht, het was zijn mindere een gewone soldaat Voor een meerdere te bidden is goed en groot. Maar als het verdrukte en verachte dan ook maar niet vergeten wordt. Anders zouden we zelf nog wat met onze voorbede kunnen worden.
Een beschamend voorbeeld. En toch vooral een rijke les. Als een kind Gods bijvoorbeeld zelf doods en behoefteloos is gesteld, dan kan de nood van een ander het middel worden, waardoor Gods Geest zijn ziel wakker schudt, zodat hij zelf aan Gods troon verlevendigd en verkwikt mag worden. Ziet gewei? Ze behoeven voor zichzelf nog niet eens zo goed gesteld te zijn om een ander aan de Heere op te dragen. Want het arglistige hart heeft altijd zoveel vondsten en het wordt ook door Gods volk wel eens makkelijk gezegd dat we niet kunnen.
Neen, dat wil niet zeggen, dat we de vrucht van de voorbede bij onszelf kunnen vinden. Er komt niets van terecht als u meent op een goede dag te kunnen besluiten om nu en voortaan uzelf eens wat meer te vergeten. Dat kunt ge niet in eigen kracht Maar er is voor zulke machtelozen gelukkig nog een betere weg.
Een weg, die uitloopt op de enige Voorbidder, Christus. Ook deze vrucht wordt slechts uit Hem gevonden. Uit Hem, Die altijd leeft om voor Zijn volk te bidden. Niet voor Zijn meerderen, maar voor de minsten, voor verachten en voor verworpenen. Ja, dat moeten wij nu voor God worden om een voorwerp voor die grote Voorbidder te zijn. En dan alleen zullen we ook aan Zijn voeten leren om naar Zijn voorbiddend beeld vernieuwd te worden. Niet waardig, dat Hij onder ons dak zou inkomen. En toen zag de Christus in deze hoofdman de vrucht uit Hem. Dan is er in de binnenkamer nog veel te doen. Of is er geen ziekte, geen nood, geen ellende, geen eenzaamheid en geen onbekeerlijkheid genoeg om voor Gods troon neerteleggen? Maar in deze weg zal het geestelijke leven van de kerk des Heeren verhoogd worden.

Ds. F. Bakker

Bron: Het eeuwige woord - Deel III, Ds. F. Bakker, 8e druk Uitgeverij De Banier (Utrecht)