Preekarchief

Via de filteroptie ‘Toon filter’ bovenaan kunnen de preken gefilterd worden op predikant, Bijbelboek, serie, dienst en datum. Door op de titel (tekst) van de preek te klikken wordt er meer informatie over de preek getoond en is er de mogelijkheid om de preek te downloaden.

Johannes 3:16 (Johannes 1:1-14, Johannes 3:14-18)

ds. J. Westerink, 29 december 2019
Deel van de Vrije Stof serie, gepreekt in een Zondag Morgen dienst

Tags: Pniëlkerk

Eerder: Zelfde dag: Later:
« Matthëus 1:20-21 Titus 2:11-12, 1 Thessalonisenzen 4:13-17. Genesis 33: 9en11 »

Johannes 1:1-14

1In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. 2Dit was in den beginne bij God. 3Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is. 4In Hetzelve was het Leven, en het Leven was het Licht der mensen. 5En het Licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft hetzelve niet begrepen. 6Er was een mens van God gezonden, wiens naam was Johannes. 7Deze kwam tot een getuigenis, om van het Licht te getuigen, opdat zij allen door hem geloven zouden. 8Hij was het Licht niet, maar was gezonden, opdat hij van het Licht getuigen zou. 9Dit was het waarachtige Licht, Hetwelk verlicht een iegelijk mens, komende in de wereld. 10Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt; en de wereld heeft Hem niet gekend. 11Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. 12Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven; 13Welke niet uit den bloede, noch uit den wil des vleses, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn. 14En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid. (SV)

Johannes 3:14-18

14En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden; 15Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. 16Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. 17Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden. 18Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God. (SV)